Is de verklaring geen bedenkingen een avv?

ABRS 16-10-2013, RVS:2013:1987 De uitspraak betreft status van het besluit van de raad als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, van het Bor. 2.4. De ABRS is van oordeel dat hier dit besluit een algemeen verbindend voorschrift is.
2.4 De Awb bevat geen omschrijving van het begrip algemeen verbindende voorschriften. Onder algemeen verbindende voorschriften pleegt, mede gelet op de geschiedenis van totstandkoming van de Awb (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 105), naar huidig recht te worden verstaan: naar buiten werkende, voor de daarbij betrokkenen bindende regels, vastgesteld door een orgaan dat de bevoegdheid daartoe aan een wet ontleent.
2.5. De bij het besluit van 18 oktober 2010 gegeven aanwijzing heeft tot gevolg dat geen verklaring van geen bedenkingen is vereist voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo, tenzij zich de daarin omschreven uitzondering voordoet. Het besluit schept daarmee een regel die de daarbij betrokken bestuursorganen in abstract omschreven gevallen bindt, externe werking heeft en zich leent voor herhaalde toepassing. De omstandigheid dat de aanwijzing zich niet rechtstreeks tot burgers richt, neemt niet weg dat zij de regel bij een besluit omtrent een beslissing op een aanvraag om omgevingsvergunning, of de toetsing daarvan door de bestuursrechter, kunnen inroepen, in welke gevallen de betrokken bestuursorganen aan de regel gebonden zijn. Aan de regel kan externe werking dan ook niet worden ontzegd.
Dit oordeel sluit aan bij de kwalificatie die de Afdeling volgens vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld de uitspraak van 28 juni 2006, 200506294/1, www.raadvanstate.nl) heeft gegeven aan de aanwijzing door het college van gedeputeerde staten van categorieën van gevallen als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat de raad aan artikel 6.5, derde lid, van het Bor ten onrechte de bevoegdheid heeft ontleend om tot de aanwijzing te besluiten. In artikel 2.27, eerste lid, derde volzin, van de Wabo, zoals dat met ingang van 1 oktober 2010 luidt na inwerkingtreding van de wet van 22 februari 2012, is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur, zoals het Bor, het aangewezen bestuursorgaan, in dit geval de gemeenteraad, categorieën gevallen kan aanwijzen waarin de verklaring niet is vereist. Daarmee voorziet de Wabo met terugwerkende kracht in een basis in een wet in formele zin voor de toekenning van de bevoegdheid aan de gemeenteraad tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, van het Bor.
Het besluit van 18 oktober 2010 moet worden aangemerkt als een besluit, inhoudende de vaststelling van een vaststelling van een algemeen verbindend voorschrift, waartegen, ingevolge artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, geen beroep openstaat.

Naar de volledige uitspraak

Dit bericht is geplaatst in algemeen bestuursrecht, omgevingsrecht. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.